Technisch gezien werkt B.S.M. als volgt: Onze hersenen zijn flexibel. Hersenen kunnen in reactie op nieuwe informatie ook nieuwe combinaties maken van zenuwcellen en neurotransmiters (chemicaliėn die boodschappen tussen de zenuwcellen overbrengen). Sterker nog, onze hersenen zijn plooibaar, veranderen voortdurend en passen hun bedrading aan overeenkomstig nieuwe gedachten en ervaringen. En als gevolg van het leerproces verandert ook de functie van de afzonderlijke neuronen zelf, waardoor elektrische prikkels makkelijker worden doorgegeven. De bewegingsoefeningen die door de B.S.M. de Jong® therapeut worden voorgeschreven hebben dezelfde uitwerking.
Dit vermogen om de bedrading van de hersenen te wijzigen, om nieuwe neurale verbindingen te leggen, is aangetoond in experimenten, zoals het experiment dat werd uitgevoerd door de doctoren Avi Karni en Leslie Underleider aan de National Institutes of Mental Health. In dat experiment lieten de onderzoekers proefpersonen een eenvoudige motorische taak uitvoeren, een vingertikoefening en keken daarbij welke delen van de hersenen bij de taak actief waren door een MRI hersenscan te maken. De proefpersonen deden de vingeroefeningen daarna elke dag, vier weken lang, en werden er geleidelijk aan beter en sneller in. Aan het einde van de vierde week werd er opnieuw een hersenscan gemaakt, die uitwees dat het deel van de hersenen dat bij de taak betrokken was, zich had uitgebreid; dit gaf aan dat door het regelmatig oefenen en herhalen van de taak nieuwe zenuwcellen waren ingezet en de neurale verbindingen die oorspronkelijk bij de taak betrokken waren, zich hadden gewijzigd.
| |
De methode, B.S.M. staat voor Brain Stimulating Method®, is ontwikkeld door mevrouw J.J.E. de Jong-Koutstaal.
Er waren twee vragen in het bijzonder die mevrouw De Jong bezig hielden:
- Wat is de lichamelijke oorzaak van een leer- en/of gedragsstoornis?
- Welke lichamelijke functies zijn betrokken bij het bevorderen van cognitieve vaardigheden?
Mevrouw De Jong is gaan studeren totdat zij het verband tussen bewegen en leren had gevonden en de oorzaak van lichamelijke disfuncties kon opsporen. Het gevolg is dat B.S.M., binnen de motorische remedial teaching, een heel eigen, unieke, manier is om ontwikkelings-, leer- en/of gedragsproblemen in kaart te brengen en aan te pakken. We hebben het hier niet over ziektes, daarvoor zijn er artsen, maar over verstoringen in het lichaam, disfuncties genoemd. Die kunnen bijvoorbeeld zeer nadelig werken voor een langdurige concentratie.
Deze disfuncties kunnen hun oorzaak hebben in:
- al of niet erfelijke hormonale zwaktes
- bepaalde invloeden op het kind tijdens de zwangerschap
- gedeeltelijke beperkingen van de zenuwgeleiding ontstaan tijdens het geboorteproces of ten gevolge van een trauma
- storende factoren in het leven van een kind, zoals ziektes, steeds terugkerende middenoor-ontstekingen, narcoses etc., die de ontwikkeling nadelig kunnen beļnvloeden.
- verkeerde voeding
Disfuncties kunnen op velerlei gebied zichtbaar worden, bijvoorbeeld: een kind dat niet goed hoort of ziet is vaak veel kwetsbaarder dan andere kinderen. De symptomen die we zien zijn:
- vaak struikelen
- lang een beentje bijtrekken op de trap of bij een stoep
- die beker melk die weer omgaat
- de bal niet kunnen vangen of niet gericht kunnen gooien
- het grapje weer niet doorhebben
- altijd het onderspit delven bij de stoere kinderen
- nooit gekozen worden bij de gymles
De oorzaak van zo'n lichamelijke stoornis kan biochemisch van aard zijn, met hormonen samenhangen en/of toe te schrijven zijn aan gedeeltelijke beperkingen van de zenuwgeleiding. De kern van de methode bestaat uit het stimuleren van de bij de stoornis betrokken hersengebieden.
Daarnaast kan voor gedeeltelijke beperkingen van de zenuwgeleiding een behandeling met de Innovative Embryonal Integrated Therapy® nodig zijn. Na het opheffen van de blokkades moet er eerst weer geoefend worden om de zwakke functies te versterken.
|
|