| Om de leesvaardigheid van kinderen te bevorderen zijn allerlei methoden en strategieën ontwikkeld. Ook worden de didactische vaardigheden van leerkrachten voordurend bijgeschoold.
Leesproblemen zijn zelden het gevolg van een gebrekkige intelligentie, maar hebben in de meeste gevallen een lichamelijke oorzaak.
Een kind dat gaat lezen heeft nodig:
- een goede visuele waarneming = goed kunnen zien;
- een goede auditieve waarneming = goed kunnen horen;
- een goede oogmotoriek;
- controle over zijn ademhaling;
- en het moet stressbestendig zijn.
De uitkomst van intelligentietesten (waaronder CITO) geeft in de meeste gevallen geen informatie over de oorzaken van het leesprobleem. Wel blijkt er regelmatig sprake te zijn van een achterstand in de motorische ontwikkeling.
Ik zie in mijn praktijk o.a. kinderen die:
- elke letter van een woord afzonderlijk spellen
- haperend, soms zelfs stotterend lezen
- letters en woorden omdraaien
- te langzaam lezen
- radend lezen
- helemaal niet leren lezen
- problemen hebben met begrijpend lezen.
Halverwege groep 3 blijkt vaak al dat het leesproces bij het kind onvoldoende op gang komt. Er wordt veel geoefend met het kind, zowel thuis als op school en toch wordt het leesproces onvoldoende geautomatiseerd. Na uitgebreid onderzoek wordt vaak de diagnose dyslexie gesteld.
Het gebrek aan automatisering blijkt uit:
- Het niet kunnen uitvoeren van dubbeltaken.
- Bij moeilijkere teksten daalt de kwaliteit van de uitvoering.
- Spanning bij tijdsdruk, er wordt te weinig onthouden van de tekst.
En daar moeten de betrokkenen, dus ouders en het kind, maar mee verder. Echter in de visie van B.S.M. is dyslexie een gevolg van een - vaak erfelijk - zwakke pancreasfunctie. De pancreas (alvleesklier) is betrokken bij de aanmaak van de neurotransmitter Acetylcholine.
Vooral kleine spieren (waaronder oogspieren) zijn voor het goed functioneren, van deze boodschapperstof [Acetylcholine] afhankelijk. Door B.S.M.-oefeningen en Integrated Therapy® kan de pancreasfunctie verbeterd worden waardoor de "dyslexie" kan verbeteren of zelfs verdwijnen.
Criteria voor onderkenning van dyslexie:
- Duidelijke achterstand bij lezen en spellen.
- De achterstand komt door gebrek aan accuratesse en/of snelheid.
- Er moet voldoende gelegenheid tot leren zijn geweest.
- Ondanks extra instructie blijkt er geen automatisering tot stand te komen en is er dus sprake van hardnekkige moeilijkheden.
G o e d k u n n e n l e z e n i s i n o n z e m a a t s c h a p p i j v a n g r o o t b e l a n g ! |